Niet die om te eten, maar het plaatsje. Het was de Earl of Sandwich die de sandwich uitvond, waarmee het mogelijk werd een hapje te eten zonder het spel te onderbreken. Ook onderweg op de boot in slecht weer kunnen sandwiches van pas komen.
Na 2 jaar Wadden besloten we dit jaar eens de andere kant op te gaan. Via IJmuiden, Scheveningen, een paar dagen Zeeland zakten we verder af om uiteindelijk van Gravelines (ook een leuk, historisch stadje. Maar dat stond recent in de Waterkampioen) over te steken naar Dover. Daar hadden we nog een paar dagen de tijd om wat rond te kijken en, op basis van folders op het havenkantoor, leek Sandwich een leuke bestemming.
Sandwich is een van de oorspronkelijke Cinque Ports, de vijf, in die tijd grote, havensteden die in een gezamenlijk verbond Engeland beschermden tegen aanvallen van het continent nog ver voor er een engelse marine bestond. Het verbond tussen deze havensteden dateert vermoedelijk uit de 11e eeuw, de andere deelnemers in het oorspronkelijke verbond waren Dover, Hastings, Hythe en Romney.
Inmiddels is de monding van het riviertje Stour waar Sandwich aan ligt, flink verzand, maar volgens o.a. Reeds rond hoogwater nog bevaarbaar met een diepgang van 2 m.
Na wat rekenen met getijden blijkt het het aantrekkelijkst te zijn eerst naar Ramsgate te varen. Daarbij vaar je langs de monding van de Stour, vlakbij Ramsgate, maar op een moment dat daar te weinig water staat om binnen te varen. Ideaal dus voor een eerste verkenning, en die lijkt niet overbodig want volgens Reeds is het af te raden naar Sandwich te varen zonder lokale bekendheid. Gelukkig hebben we ook nog de ``Shell Channel Pilot'', en die geeft wat meer informatie.
De volgende dag richting Sandwich, zoals meest wordt aanbevolen bij getijdenwater, ruim voor hoog water. Het eerste stukje van de invaart is makkelijk te vinden, maar daarna moeten we volgens ``Shell'' naar het enige, rode, licht in de aanloop. Er zijn wat verwrongen stalen staken te zien en de monding van de Stour, maar geen licht. Er komt een snel motorbootje uit de monding recht op ons af, dus dat voorzichtig proberen, maar we zitten al snel vast, dus terug. Dan komt een langzaam motorbootje uit de monding, dat vaart eerst een stuk vlak langs het strand, dan langs die staken en daarna op ons toe. Die staken blijken de resten van het rode licht te zijn en van daar is ook het geultje langs het strand herkenbaar.
Eenmaal op de Stour worden we meegesleept door een vloedstroom met zeker 3 K. De Stour is smal en kronkelt hevig tussen meest schilderachtige oevers, maar is af en toe een stukje gekanaliseerd langs industriecomplexen. Na een tijdje zie ik voor ons een motorbootje van zijn anker losslaan en met de stroom meedrijven. Als we vlakbij zijn blaas ik eens op de hoorn, waarna twee verbaasde gezichten te voorschijn komen voor de raampjes.
Wat later komen we langs de marina van Sandwich, een lange, vervallen steiger langs de oever van de Stour die helemaal vol ligt met zowel zeer vervallen als blinkend opgepoetste boten. Op enkele plekken kunnen we maar net tussen de boten en de andere oever door. Even verder kondigt een rondvaart-raderbootje met een stoomfluit zijn komst aan. Op een wat breder stukje wacht hij door de stroom net dood te varen. Met iets gas erbij heb ik net genoeg roerwerking om er langs te sturen, en hoor in het voorbij varen de dieselmotor van de raderboot rustig ronken.
Er komt nu een erg mooi stukje van de Stour, aan beide zijden brede rietkragen en grote bomen. En dan, na weer een bocht, komt ineens de kade van Sandwich in zicht. Nog ongeveer 150 m, dan aan bakboord de kade met 2 of 3 dik afgemeerde bootjes, geen ruimte om daar te draaien, en aan het eind een lage brug. En nog steeds 3 K stroom op de kont. Ik zie maar een oplossing, direkt keren.
Een snelle blik omhoog leert me dat het met overhangende takken meevalt, dus vlak langs het riet aan stuurboord, vol bakboord roer en de motor in de achteruit. Zoveel gas geven dat de kont vlak langs het riet zwaait (en de kop dicht langs het riet aan de andere zijde), nog een stoot gas vooruit en 30 m voor we bij de kade zijn liggen we met de kop op de stroom.
Nu is het verder eenvoudig, wat meer gas om de stroom dood te varen, wat minder om ons achteruit met de stroom langs de kade naar een geschikte afmeerplek te laten meevoeren. Wel onwennig sturen, terwijl je ten opzichte van het water vooruit vaart ga je ten opzichte van de kant achteruit. Maar als je even in verwarring dreigt te raken is er een simpele oplossing, iets meer gas geven zodat je de stroom weer dood vaart en je hebt alle tijd van de wereld om na te denken en foutjes te corrigeren.
We meren dan ook probleemloos af langszij een van de andere boten, waarbij net genoeg ruimte blijft voor de rondvaartboot om ons ook bij laag water te passeren. Echt lekker liggen we niet, langszij een boot die zeker een meter korter is, en die ligt ook weer langszij een boot die nog weer een meter korter is, maar de eigenaren van die boten hebben er geen behoefte aan van plaats te ruilen en een andere mogelijkheid is er niet. Dus direkt lange lijnen naar de kant, want die 3 K stroom op de kop nu wordt straks zeker 3 K op de kont met een flink hoogteverschil bij laag water.
Terwijl Milena Sandwich gaat verkennen blijf ik in de beurt van de boot, ik vertrouw het nog niet allemaal, en ga eens een praatje maken met de havenmeester. Die vertelt me dat heel wat bezoekers de kracht van de stroom onderschatten en tegen de pijlers van de brug belanden. Hij legt me ook de plaatselijke techniek voor het draaien van de boot uit, die ik inmiddels ook al gedemonstreerd had gezien.
Iets voorbij halverwege de kade stuur je met enige kracht de kop van de boot aan stuurboord het riet in. De kont wordt nu meegenomen door de stroom en de boot keert zonder dat je er verder iets voor hoeft te doen. Aan het eind van de draai komt de kop vanzelf los, waarna je met wat gas tegen de stroom naar de gewenste aanlegplaats kunt varen.
Ik ben niet helemaal voor niets bij de boot gebleven. Na het draaien van de stroom blijken de stootwillen van het bootje dat in onze rij langs de kade ligt niet tegen het geweld opgewassen en de romp begint langs een scherp uitsteeksel te schuren. Ik leen de eigenaar een van onze stootwillen en daarmee blijkt het mogelijk dit probleem op te lossen.
's-Avonds geeft Milena mij nog een korte rondleiding door Sandwich. Het is een stadje vol historische gebouwen waarvan het stratenplan van het centrum nog dateert uit de 11e eeuw en de kade waarlangs we liggen afgemeerd uit ca 1540. Verder liggen op loopafstand nog de resten van een Romeins fort waarvan de bouw kort na de Romeinse invasie in het jaar 43 is begonnen.
De volgende dag vertrekken we weer. Onderweg komen we op de Stour nog een onder nederlandse vlag varende Westerly tegen, op weg naar Sandwich. Ben benieuwd of die de draai in Sandwich goed heeft kunnen maken.
Aart en Milena
Marisco
Aart Koelewijn 2005-02-11